home

In 1965 vond ik op het Waterlooplein een prentenboekje met een prachtig verhaal van Godfried Bomans. Ik was kort tevoren afgestudeerd aan de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam en wilde kinderboeken gaan illustreren. Het verhaal raakte me en ik ging ermee aan de gang. Toen het klaar was heb ik Godfried Bomans geschreven of ik het hem mocht laten zien.

Dat gebeurde: hij haalde mij van het station in Haarlem en bekeek in zijn studeerkamer met veel belangstelling mijn boekje. Hij vond het er leuk uitzien, en zou het aan zijn agent doorgeven, die dan contact met mij kon opnemen.

Enige tijd later, op een namiddag om kwart voor zes ging de bel en daar stond een keurige meneer voor de deur. Ik woonde in een afgekeurde woning in de Jordaan, en had inmiddels twee baby’s, een hing aan mijn rok en eentje op de arm. Ik was aan het koken. Alles gebeurde in één kamer, primitief zoals je je nu niet meer kunt voorstellen.
De meneer bekeek mijn werk vlug, zittend op mijn bed, en had enige aanmerkingen waar ik geen antwoord op had. Ik heb nooit meer iets van hem vernomen.

Ik heb de tekeningen nooit veranderd. Het boekje heb ik mijn hele leven bewaard, met het idee dat ik er nog iets mee wil.

Afgelopen december heb ik van de weduwe van Godfried Bomans en haar dochter toestemming gekregen om mijn versie van “De ijdele Engel” uit te geven. Ik heb ervoor gekozen het boekje precies zo te laten als het is, inclusief de handsgeschreven letters. Op deze manier is het ook een tijdsbeeld geworden.

Het boekje wordt binnenkort gedrukt en kan hier besteld worden.